09/09/2026
Er hangt een vis in onze woonkamer. Ongeveer twee meter, blauw en zilver, met een rugvin als een uitgespannen zeil. Gasten kijken er twee keer naar. De eerste keer omdat hij groot is. De tweede keer omdat ze zich afvragen wat een tropische zeevis doet aan een muur in de Westhoek.
We keren terug naar 27 november 1991 naar Kenya
Jaak Mortier vertrekt met een boot op de Pacific Ocean. Deze vis werd er gevangen voor de kust waar oktober, november en december het echte zeilvisseizoen zijn. Hij zat dus goed op datum.
Wat hij aan de haak sloeg is een Pacific sailfish, in het Nederlands gewoon zeilvis, met de mooie Latijnse naam Istiophorus platypterus.
Wat een zeilvis eigenlijk is
Een paar dingen die de moeite lonen terwijl je ernaar staat te kijken.
Die rugvin is geen versiering. De vis klapt hem open wanneer hij jaagt, en wordt daarmee in één beweging twee keer zo groot. Zeilvissen drijven er scholen sardines mee samen, zoals honden een kudde bijeenhouden. Er loopt ook een net van bloedvaten doorheen: het zeil helpt de vis afkoelen na een sprint.
Dan de snelheid. In zowat elk boek staat dat de zeilvis meer dan honderd kilometer per uur haalt en daarmee de snelste vis ter wereld is. Dat cijfer stamt uit een oude meting en het klopt niet. Onderzoekers rekenden het na via spiersamentrekking en kwamen uit op ongeveer dertig kilometer per uur, met een absoluut plafond ergens rond de vijftig. De reden waarom hij niet sneller kan is het mooiste deel: bij hogere snelheid gaat het water rond zijn vinnen koken van de onderdruk, en dat vreet het weefsel kapot. De zeilvis is dus niet zo snel als het verhaal wil. Hij is nog altijd de snelste. Zo gaat het met de meeste goede verhalen.
En dan de kleur. Een levende zeilvis licht op. Hij schakelt in enkele seconden van dof bruin naar elektrisch neonblauw wanneer hij opgewonden is. Die kleur zit in cellen onder de huid, en die cellen sterven met de vis mee. Onthoud dat even, we komen erop terug.
Het pakje in Rijsel
Jaak betaalde ter plaatse een lokale ondernemer om de vis te laten opzetten. Een aanzienlijk bedrag. Zijn fierheid nam die dag even de plaats in van zijn kritische geest, en dat is precies het soort beslissing waar je thuis niet meteen over begint.
Daarna gebeurde er maandenlang niets.
Tot Jaak op een dag bericht kreeg dat hij zich mocht aanbieden bij de douane in Rijsel. Er lag een pakje. Van wie, dat stond er niet bij. Wat erin zat evenmin.
Het was de vis.
Het blauwe plaatje
Bij de vis hoort een klein blauw plaatje met de vangst erop: datum, plaats, naam. Dat plaatje raakte onderweg beschadigd.
En dus blijft in dit huis de vraag hangen die nooit helemaal beslecht is. Is dit de vis die papa gevangen heeft, of nam die ondernemer in Kenya gewoon een exemplaar van de stapel?
Eerlijk gezegd: kijken helpt niet. En daar is een reden voor.
In 1991 werd een zeilvis opgezet door de huid, de snuit en de vinnen over een gevormde romp te spannen. Maar de kleur was tegen dan allang verdwenen, want die vervliegt binnen enkele minuten na de vangst. Elke opgezette zeilvis ter wereld is dus geschilderd. Ook een echte. Uitgerekend in datzelfde jaar 1991 opende in Florida de eerste werkplaats die volledig kunststoffen replica's maakte op maat en lengte, zodat de vis weer overboord kon. Vandaag is dat de norm, en wie nu in Kenya vist brengt een foto mee naar huis in plaats van een vis.
Met andere woorden: de vraag "is hij echt" viel nooit met kijken te beantwoorden. Zelfs de echte is voor de helft verf.
Wat we wel geloven
Wij geloven dat papa een dergelijke vis gevangen heeft. Op 27 november 1991, voor de kust van Kenya, met een lijn in zijn handen en de zon in zijn nek.
De rest is transport, douane en een beschadigd plaatje.
Wat er aan onze muur hangt is dus misschien niet exact die vis. Het is wel exact dat verhaal. En daarvoor hangt hij er.